Overgangsregelingen

Overgangsregeling geschiedenis- en theoriecolleges
Ouderejaarsstudenten architectuur en stedenbouw die voor 1 september 2005 nog niet aan de tot dan toe geldende collegeverplichtingen op het gebied van geschiedenis en/of theorie hadden voldaan, vallen automatisch onder het regime van het sinds 1 september 2005 geldende systeem. Zij volgen dan een keuze uit het aanbod op het gebied van geschiedenis en theorie, maar altijd minimaal 1 college geschiedenis en 1 college theorie op niveau 2 en niveau 3 en ook in deze volgorde. Het geschiedeniscollege van het basisjaar (het college architectuur- en stedenbouwgeschiedenis 1) is voor hen niet verplicht, maar het college is zeker aan te raden voor diegenen die in hun vooropleiding op dit vlak achterstand hebben opgelopen.

Overgangsregeling laboratoria / extracurriculaire punten
Studenten architectuur en stedenbouw die voor 1 september 2008 aan hun studie zijn begonnen, kunnen zich blijven houden aan de tot dan toe geldende kwantitatieve verplichtingen voor laboratoria en extracurriculaire activiteiten (respectievelijk 10 tot 12 punten en 7 punten), maar kunnen ook kiezen voor de in dit studiejaar ingevoerde kwantitatieve verplichtingen (12 tot 14 punten voor laboratoria en 5 extracurriculaire punten). Concreet betekent dit dat zij gedurende hun studie 22 tot 24 punten voor colleges, 10 tot 14 punten voor laboratoria en 5 tot 7 extracurriculaire punten dienen te halen, waarbij het totaal te behalen punten voor colleges, laboratoria en extracurriculaire activiteiten 41 bedraagt.

Overgangsregeling ateliers
Sinds studiejaar 2009-2010 worden de ateliers mede ‘gedefinieerd’ door A- en S-punten. Studenten die in dit studiejaar begonnen zijn aan hun opleiding zijn verplicht minimaal 36 A- en 5 S-punten (studenten architectuur) of minimaal 36 S- en 5 A-punten te halen. Voor studenten die voor 1 september 2009 aan hun studie begonnen zijn, geldt de ‘oude’ regeling dat ze verplicht minimaal 4 architectuurateliers (studenten architectuur) of minimaal 4 stedenbouwateliers (studenten stedenbouw) moeten behalen; ateliers met 6 of meer A-punten gelden volgens die ‘oude’ regeling als architectuurateliers, ateliers met 6 of meer S-punten als stedenbouwateliers en ateliers met 4, 4,5 of 5 A- of S-punten als combinatieateliers.

Overgangsregeling ‘Architectonics’ (studiejaar 2008-2009) / ‘Architectuurtheorie 3’ (studiejaar 2009-2010)
De collegereeks ‘Architectuurtheorie 3’ die in studiejaar 2009-2010 wordt aangeboden, vertoont zeer grote overeenkomsten met de collegereeks ‘Architectonics’ van studiejaar 2008-2009. Dat betekent dan ook dat studenten die in studiejaar 2008-2009 de collegereeks ‘Architectonics’ gevolgd, afgerond en gehaald hebben, daarmee voldaan hebben aan de verplichting ‘Architectuurtheorie 3’ te doen en te halen (ongeacht het aantal studiepunten dat voor ‘Architectonics’ behaald is).