Organisatie van de Academie
Algemeen
Instituut voor Bouw- en Bedrijfskunde (IBB)
Kenniscentra en lectoren
Staf en docenten
Studentenoverleg en opleidingscommissie
Beroepenveldcommissie
Examencommissie
Studiesecretariaat
LOBO
College van Beroep
Fraude
Toetsingskaders voor de opleidingen
Medezeggenschap
Algemeen
De Rotterdamse Academie van Bouwkunst maakt deel uit van de Hogeschool Rotterdam. Het bestuur van de Hogeschool Rotterdam is in handen van het College van Bestuur (CvB). Dit college is het ‘bevoegd gezag’, zoals dat is omschreven in de Wet op het Hoger en Wetenschappelijk Onderwijs (WHW). Een Raad van Toezicht ziet toe op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken op de hogeschool. Het College van Bestuur beschikt over alle taken en bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan een instellingsbestuur zijn opgedragen, tenzij uitdrukkelijk is bepaald dat de Raad van Toezicht bevoegd is.
RDM Campus
Met de verhuizing naar het voormalig hoofdkantoor van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, maakt de Academie per september onderdeel uit van RDM Campus.
RDM Campus is een locatie voor onderwijs, bedrijven en evenementen op de oude werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) in Heijplaat, midden in de Rotterdamse Stadshavens. Onder het nieuwe motto Research, Design & Manufacturing werken onderwijs en bedrijven hier samen aan duurzame en innovatieve oplossingen op het gebied van bouwen, mobiliteit en energie (Building, Moving & Powering). RDM Campus is een samenwerking tussen Albeda College, Hogeschool Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam.
Instituut voor Bouw- en Bedrijfskunde (IBB)
De Hogeschool Rotterdam omvat een aantal clusters van opleidingen, zogenaamde instituten. De Rotterdamse Academie van Bouwkunst is onderdeel van het Instituut voor Bouw- en Bedrijfskunde (IBB). Naast de twee Masteropleidingen tot architect en stedenbouwkundige van de Academie behoren ook de initiële opleidingen Bouwkunde (voltijd en deeltijd), Civiele Techniek (voltijd en deeltijd), Ruimtelijke Ordening en Planologie (voltijd), Watermanagement (voltijd), Logistiek en Economie (voltijd en deeltijd), Logistiek en Technische Vervoerskunde (voltijd en deeltijd), Facility Management (voltijd en deeltijd), Technische Bedrijfskunde (voltijd en deeltijd) en Maritiem Officier tot het IBB.
Medewerkers en docenten
De Academie wordt geleid door een kleine staf, bestaande uit een zakelijk directeur (Bert Hooijer), een inhoudelijk directeur (Chris van Langen), coördinatoren van de opleidingen tot architect (Klaas van der Molen, Margit Schuster en Jeroen Visschers) en stedenbouwkundige (Jeroen de Willigen), een coördinator voor de beroepspraktijk en het voorbereidend architectuurprogramma (Robert von der Nahmer), coördinatoren voor de externe activiteiten (Jan Duursma en Hans Tomassen) een coördinator logistiek en communicatiemedewerker (Alenka Milward). Vanwege hun eigen beroepspraktijk heeft een belangrijk deel van de staf een parttime aanstelling.
Nagenoeg alle docenten zijn incidenteel en voor een relatief korte periode aan de Academie verbonden. Ook de docenten zijn werkzaam in de beroepspraktijk.
Studiesecretariaat
Het studiesecretariaat wordt bemensd door Alenka Milward (coördinator logistiek), Sandra Agostini (medewerker front-office) en Jacqueline van Kruining (assistent onderwijsondersteuning) en is bereikbaar op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 09u00 tot 17u00 en op donderdag van 09u00 tot 19u30. Tijdens de vakanties is het studiesecretariaat niet bezet. Bij de medewerkers van het studiesecretariaat kunnen studenten en docenten terecht met alle vragen omtrent studievoorlichting, studievoortgang, planning van het onderwijs, beoordelingen en alle financiële zaken.
Kenniscentra en lectoren
Onder invloed van veranderende maatschappelijke vragen en de toenemende behoefte van bedrijven en instellingen om samen te werken met de Hogeschool om, gewapend met de kennis van beroepsbeoefenaars uit de praktijk, deze vragen te pareren, wil de Hogeschool zich ontwikkelen van een traditioneel opleidingsinstituut naar een kennisinstituut.
Voor het instituut voor Bouw en Bedrijfskunde is het kenniscentrum Transurban hierbij de verbindende schakel. Het kenniscentrum richt zich specifiek op de grootstedelijke vraagstukken van Rotterdam: de aanpak van de stedelijke vernieuwing, de kansen en bedreigingen die de wateropgave biedt, de transitie van haven en stad, de logistieke processen van producten en diensten en de ontwikkeling van stedelijke infrastructuur en mobiliteit.
Aan het Kenniscentrum Transurban zijn vijf lectoraten verbonden:
1. Stedelijke Infrastructuur en Mobiliteit, lector Marc Verheijen
2. Stad en Water, lector Piet Dircke
3. Stedelijke Vernieuwing, lector Karin Schrederhof
4. Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement, lector Kees Machielse
5. Logistics, lector Frits Blessing
Deze lectoraten hebben een eigen onderzoeksagenda met onderzoeksfocus, maar werken ook samen aan verschillende projecten en thema's.
Studentenoverleg en opleidingscommissie
De opleidingen tot architect en stedenbouwkundige hebben een gezamenlijk studentenoverleg. Leden van dit overleg zijn, naast studenten van beide opleidingen, de opleidingscoördinatoren en een medewerker van het studiesecretariaat.
De opleidingscoördinatoren zijn verantwoordelijk voor het beleid en de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het onderwijs. Ook dragen zij zorg voor de personeelsbezetting, het volgen en begeleiden van het studieverloop van studenten en het begeleiden van docenten. In het studentenoverleg (gemiddeld vijf per jaar) leggen de opleidingscoördinatoren verantwoording af over hun gevoerde beleid tegenover de overige leden. Naast het verbeteren van de communicatie tussen het opleidingsmanagement en de studenten is dit overleg vooral bedoeld om inzicht te krijgen in de waardering door studenten van de aangeboden modules in het studieprogramma (inhoudelijk relevant en interessant, kwaliteit van docenten, zwaarte, beoordeling, effect et cetera) en in algemene zaken als onderwijsvernieuwingen, de verhouding tussen de eindtermen van de opleiding en de begintermen van de praktijk en de eindtermen in relatie tot afstudeerprojecten, studielast, studeerbaarheid, begeleiding en ondersteuning, et cetera.
Jaarlijks zijn er twee bijzondere bijeenkomsten: het studentenoverleg wordt dan een opleidingscommissie en er worden aan de normale bezetting een aantal docenten toegevoegd. In het voorjaar wordt er een bijeenkomst van de opleidingscommissie gepland waarin de aanwezigen hun advies kunnen uitbrengen over het nieuwe onderwijsexamenreglement. In het najaar is er een vergadering waarin er van gedachten wordt gewisseld over de belangrijkste beleidsvoornemens van de opleidingen. De commissie kan gevraagd en ongevraagd adviseren over de kwaliteit van de Academie. De taken, werkwijze en samenstelling van de opleidingscommissie zijn vastgelegd in het ‘Reglement Opleidingscommissies’ van de Hogeschool.
Beroepenveldcommissie
Beide opleidingen hebben een gezamenlijke beroepenveldcommissie. Minimaal twee keer per jaar wisselen de opleidingscoördinatoren en vertegenwoordigers van de beroepspraktijk hierin van gedachten over de onderwijsambities en hun relatie tot de beroepspraktijk.
De Beroepenveldcommissie heeft als doel te bevorderen dat de opleidingsprofielen van de opleidingen die door het cluster worden verzorgd zo goed mogelijk aansluiten op de betreffende beroepsprofielen. Tevens draagt de Beroepenveldcommissie er toe bij dat het beoogde civiel effect gewaarborgd blijft. Deze vertegenwoordigers uit het werkveld zijn betrokken bij het beoordelen van de inhoud en het niveau van de opleiding, het formuleren en beoordelen van verbeteracties.
Examencommissie
De samenstelling en het voorzitterschap van de Examencommissie is geregeld middels het Reglement Examencommissie en examinatoren dat als bijlage bij de Hogeschoolgids is gevoegd.
De examencommissie is verantwoordelijk voor de organisatie, en het afnemen van toetsen en examens (en alles waar punten voor worden gegeven), vrijstellingen en diplomering. De examencommissie legt het beoordelingswijzen, beoordelingsinstrumenten en de beoordelingscriteria vast in een voor iedereen te raadplegen toetsbeleid. De examencommissie is eveneens verantwoordelijk voor alle zaken met betrekking tot de uitvoering van dat beleid.
De commissie komt een keer per jaar bijeen om de knelpunten in het logistieke proces rondom toetsing te signaleren.
Tegen de beslissingen van Examencommissies en Examinatoren kan een student schriftelijk bezwaar aantekenen, en wel bij het orgaan (examencommissie dan wel de examinator) die dat besluit genomen heeft, zie reglement Examencommissie en Examinatoren. Nadat is gebleken dat de examencommissie het bezwaar niet tot genoegen van de student heeft afgehandeld kan de student beroep aan tekenen bij het College van Beroep.
LOBO
Het Landelijk Overleg Bouwkunst Opleidingen (LOBO) is een sectoraal overleg van de HBO-Raad voor de academies van bouwkunst. In het LOBO bespreekt de Rotterdamse academie met haar zusterinstellingen in Amsterdam, Arnhem, Groningen, Maastricht en Tilburg formele zaken, maar ook de nieuwe ontwikkelingen in het hoger beroepsonderwijs, en het bouwkunstonderwijs in het bijzonder. In het LOBO kunnen de academies gezamenlijk standpunten innemen.
College van Beroep
Studenten die menen dat ze door de opleiding onjuist zijn behandeld, kunnen beroep aantekenen bij het College van Beroep van de Hogeschool Rotterdam. Het beroep moet binnen vier weken, schriftelijk en met redenen omkleed worden ingediend. Bij te late indiening is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij de vertraging het gevolg is van omstandigheden waar de betrokkene niets aan kan doen.
Het beroepsschrift moet worden gericht aan de voorzitter van het College van Beroep en ingediend bij de secretaris. Het adres is: College van Beroep Hogeschool Rotterdam, t.a.v. de secretaris, Postbus 25035, 3001 HA Rotterdam.
Uitspraken van het college zijn bindend. De regeling voor de beroepsprocedure staat in hoofdstuk 10 van het Studentenstatuut en het Procedurereglement voor het College van Beroep. Het Studentenstatuut ligt ter inzage bij het studiesecretariaat. Voor inlichtingen of advies over de klachten- of beroepsprocedure kan men terecht bij de studentendecanen of de secretaris van het College van Beroep.
Fraude
Docenten die fraude (zoals plagiaat) in het werk van studenten constateren, melden dat bij de staf van de Academie. De zaak wordt vervolgens behandeld door de examencommissie die een bindende uitspraak doet na hoor en wederhoor van de student. De uitspraak van de examencommissie voegt zich naar het beleid van de Hogeschool rond fraude, geformaliseerd in de Hogeschoolgids.
Toetsingskaders voor de opleidingen
Op grond van de WHW heeft de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, een publieke instelling die de kwaliteit van het hoger onderwijs waarborgt (NVAO) in februari 2003 de accreditatiekaders voor bestaande opleidingen en toetsingskaders voor nieuwe opleidingen vastgesteld. Deze kaders omvatten het beoordelingskader waarmee de kwaliteit van een opleiding getoetst wordt en de werkwijze bij accreditatie. Het initiatief om accreditatie aan te vragen ligt bij de instellingen. Door de Academie wordt een zelfevaluatierapport uitgewerkt en wordt een Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI) verzocht een externe beoordeling uit te voeren om de kwaliteit van de opleiding te beoordelen. De NVAO baseert haar accreditatiebeslissing op dit rapport.
Medezeggenschap
De CMR is de Centrale Medezeggenschapsraad van de Hogeschool Rotterdam. Medezeggenschap geeft studenten en medewerkers de mogelijkheid mee te praten over onderwerpen die belangrijk zijn voor werk en studie binnen onze hogeschool. De medezeggenschap voor het hoger beroepsonderwijs is in de wet geregeld. De Centrale Medezeggenschapsraad (CMR) overlegt met het College van Bestuur (CvB) over onderwerpen die de hele hogeschool aangaan. Denk daarbij aan de begroting, de onderwijsfilosofie, de roostering, de huisvesting, de arbeidsomstandigheden of de reglementen en de statuten. Voorbereidend werk wordt gedaan in de studentgeleding en de personeelsgeleding, in de drie raadscommissies voor onderwijs, organisatie en financiën en in ad hoc commissies.
Binnen clusters zijn er clustermedezeggenschapsraden. Deze overleggen met de lokale directeuren opleidingen over financiële, organisatorische en onderwijskundige clusterzaken. Bij de diensten is de medezeggenschap in de vorm van een Inspraakorgaan geregeld.
Het IBB heeft een ‘clustermedezeggenschapsraad’ (CLMR). Deze raad telt vier studenten en vier personeelsleden. De CLMR werkt conform het ‘Reglement Cluster Medezeggenschapsraad’ van de Hogeschool. In de raad komen de hoofdlijnen van het beleid voor het cluster aan de orde, zoals het ‘strategisch clusterplan’, de clusterbegroting en studentenzaken.
Informatie over de medezeggenschapsraad en over de tweejaarlijkse verkiezingen staat in het hogeschoolblad Profielen.
- Rooster
- Onderwijsprogramma
- Ateliers
- Semester 1
- Semester 2
- At 2.1 Techniek – Het Architectonisch Detail
- At 2.2 Object – Massa en Geometrie
- At 2.3 Materiaal - Moskee
- At 2.4 Tussenruimte – Stedelijk Ensemble
- At 2.5 Herstructurering of hergebruik: Wat gebeurt er in Crooswijk?
- At 2.6 Flexibiliteit – Tijdsbestendig Woongebouw
- At 2.7 Research – The Classical City
- At 2.8 Sustainability - Ecological Rurality
- At 2.9 Der Besuch der alten Dame
- VBJ 2 – Ontwerpatelier Architectuur
- Atelierprogramma
- Inleiding architectuur
- Colleges
- Laboratoria
- Praktijkdeel
- Afstuderen
- Extracurriculair
- Drempel- en voortgangsgesprekken
- Januariworkshop
- Ateliers
- Summer School
