Kwaliteitszorg
Inleiding
Kwaliteitszorgsysteem
Meetinstrumenten
Goed onderwijs
Inleiding De Academie van Bouwkunst Rotterdam leidt in de beroepspraktijk gewortelde, vakbekwame en maatschappelijk bewuste architecten en stedenbouwkundigen op die zich kritisch positioneren binnen de hedendaagse beroepspraktijk. Deze specifieke eindtermen van de beiden opleidingen worden met de grootste zorg nagestreefd vanuit de gedachte dat de zorg voor de kwaliteit van haar afstudeerders nauw verbonden is met de Academie’s eigen zorg voor kwaliteit. Goed onderwijs gaat hand in hand met een goede organisatie.
Die zorg voor kwaliteit wordt op alle niveau’s uitgedragen, van het strategisch-beleidsmatige niveau tot het individuele studentengesprek. Het toetsen en evalueren van onderwijs is voor de Academie even zo belangrijk als het organiseren en verzorgen van onderwijs. Dit toetsen en evalueren gebeurt dan ook met grote regelmaat en leidt tot verbeteringen in zowel het directe onderwijs als organisatie en beleid.
Goed onderwijs kan gerealiseerd worden met goede middelen en goede docenten. De Academie besteedt hier bijzonder veel aandacht aan. Er wordt met een kleine staf van vaste medewerkers gewerkt en met een wisselende groep van gastdocenten die steeds zorgvuldig geselecteerd wordt op hun kwaliteiten. De hogeschool besteedt veel aandacht aan de verbetering van de onderwijsorganisatie, in het bijzonder van de zogenaamde kleine kwaliteit. Inspanningen zijn bijvoorbeeld gericht op het professionaliseren van de bedrijfsbureaus. Verder worden bedrijfsprocessen ondersteund door de aanschaf en implementatie van het nieuwe studentvolgsysteem Osiris, het digitale administratieve instrument Infoland en Evasys, een digitaal instrument om enquêtes uit te kunnen zetten via Internet. De Academie van Bouwkunst heeft deze zich ingezet om dergelijke verbeteringen snel te implementeren.
Kwaliteitszorgsysteem
Om structureel de kwaliteit van onderwijs en organisatie te waarborgen, hanteert de Academie van Bouwkunst een consistent en gestructureerd kwaliteitszorgsysteem. Dit kwaliteitszorgsysteem valt uiteen in twee delen. Ten eerste zijn er de betrokkenen die via taken en verantwoordelijkheden zorg dragen voor de kwaliteit die direct samenhangt met de onderwijsuitvoering. De Academie is van mening dat alle medewerkers verantwoordelijk zijn voor goed onderwijs. Van het verzorgen van een atelier tot het uitvoeren van de studiepuntenregistratie. Het realiseren en borgen van de kwaliteit van het onderwijs is geen taak van een of twee medewerkers van de Academie, maar de taak van iedereen.
Ten tweede is er het instrumentarium om te kunnen vaststellen of de uitvoeringspraktijk voldoet aan de eisen die de Academie aan goed onderwijs en een goede onderwijsorganisatie stelt. Op dit instrumentarium is het kwaliteitsbeleidsproces van toepassing waarmee de kwaliteit wordt geborgd, zoals de Plan-Do-Control-Act cyclus.
Al deze onderdelen van het kwaliteitszorgsysteem helpen de Academie een beeld te krijgen van de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijsorganisatie, en daarmee van de effectiviteit van de interne kwaliteitszorg van de Academie.
Meetinstrumenten
Om te kunnen vaststellen of de uitvoeringspraktijk voldoet aan de eisen die de Academie aan goed onderwijs en een goede onderwijsorganisatie stelt, heeft zij de beschikking over een uitgebreide set van kwaliteitszorginstrumenten. Deze instrumenten bestaan enerzijds uit overleggen intern en extern, en uit evaluaties en onderzoeken anderzijds.
De Academie van Bouwkunst kent vele overlegvormen waarin vrijwel alle actoren betrokken zijn. Zo is er vijf keer per jaar het studentenoverleg, dat tweemaal functioneert als opleidingscommissie waarbij onderwijs- en Academie-activiteiten besproken en geëvalueerd worden. Het coördinatoren-/curriculumoverleg vergadert twee wekelijks. De Academie betrekt werkgevers via de beroepenveldcommissie en is betrokken bij vele andere overleggen binnen de beroepsgroep zoals o.a. het Landelijk Overleg Bouwkunst Opleidingen, de Bond voor Nederlandse Architecten en de Bond voor Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen. Met deze middelen zorgt de Academie ervoor dat de opleidingen enerzijds aansluiten bij het eisen en wensen van de (veranderende) beroepspraktijk en anderzijds dat de doelmatigheid van de ingezette leermiddelen maximaal is gelet vanuit het perspectief van de individuele student.
Het behalen van de geformuleerde doelstellingen ten aanzien van de kwaliteit van haar opleidingen controleert de Academie door middel van meerdere onderzoeksinstrumenten. Indien nodig worden aanbevelingen gedaan ter verbetering of verbeterplannen opgesteld. De evaluaties worden uitgezet onder de diverse stakeholders en bevatten onderwerpen en facetten uit het NVAO accreditatiekader. Het studiesecretariaat, in nauwe samenspraak met de verantwoordelijke stafleden, is verantwoordelijk voor de organisatie en verwerking van deze schriftelijke evaluaties.
Naast reguliere evaluaties voert de Academie van Bouwkunst op gezette tijden onderzoek uit. Voorbeelden hiervan zijn onderzoek naar de relevantie van de eindkwalificaties onder werkgevers en alumni. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het studiesecretariaat, waarbij het onderzoek door de staf wordt aangestuurd.
Goed onderwijs
Deze continue zorg voor kwaliteit staat garant voor goed onderwijs. In de ogen van de Academie is goed onderwijs van de Academie samen te vatten in de volgende vier punten:
- In het beroep van architect en stedenbouwkundige staat de ontwerparbeid en de resultaten daarvan centraal. In het ontwerponderwijs wordt sturing in het proces van deze arbeid verduidelijkt en bewust gemaakt. Het initiatief van de student is daarbij primair, en noodzakelijk. Dus het gebeurt, van de kant van de Academie, in vraagvorm.
- Beroepsvaardigheden: worden gedefinieerd als het vermogen om kennis, vaardigheid en inzichten doelbewust, strategisch en geïntegreerd in zichtbaar gedrag en houding om te zetten, en deze worden regelmatig op relevantie en actualiteit met het werkveld afgestemd
- Onderwijskundige aanpak: via concurrency-onderwijs streven de opleidingen naar optimale samenhang tussen binnen- en buitenschools curriculum, integratie van vakinhoudelijke kennis en praktijk en beroepservaring met de student als studerende werknemer in een reguliere arbeidsverhouding
- Onderwijskundige aanpak: door het binnenschools curriculum horizontaal te organiseren wordt de studie vraaggeoriënteerd waardoor studenten zelf sturing moeten geven aan hun leerproces. Het horizontale curriculum impliceert dat er in het onderwijsaanbod geen onderscheid wordt gemaakt tussen de studiejaren.
De bovengenoemde visie is niet statisch. De visie op wat goed onderwijs is en welke organisatie daar het beste bij past, verandert immers met de jaren. Dus worden ambities en doelen op gezette tijden bijgesteld, zowel op basis van externe ontwikkelingen als op basis van interne ervaringen. Dit proces van vaststellen en bijstellen van doelen heeft een cyclisch karakter. Leidraad voor deze doelen zijn de accreditatiekaders voor Masteropleidingen die de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) geformuleerd heeft en de eisen die de beroepspraktijk aan de beroepen van architect en stedenbouwkundige stelt.
- Rooster
- Onderwijsprogramma
- Ateliers
- Semester 1
- Semester 2
- At 2.1 Techniek – Het Architectonisch Detail
- At 2.2 Object – Massa en Geometrie
- At 2.3 Materiaal - Moskee
- At 2.4 Tussenruimte – Stedelijk Ensemble
- At 2.5 Herstructurering of hergebruik: Wat gebeurt er in Crooswijk?
- At 2.6 Flexibiliteit – Tijdsbestendig Woongebouw
- At 2.7 Research – The Classical City
- At 2.8 Sustainability - Ecological Rurality
- At 2.9 Der Besuch der alten Dame
- VBJ 2 – Ontwerpatelier Architectuur
- Atelierprogramma
- Inleiding architectuur
- Colleges
- Laboratoria
- Praktijkdeel
- Afstuderen
- Extracurriculair
- Drempel- en voortgangsgesprekken
- Januariworkshop
- Ateliers
- Summer School
