Klein Stadstheater - Het geheel vloeit voort uit het kleinste deel

Wie zijn de acteurs in het theater? De spelers of de bezoekers? Het stadstheater is een plek voor de stedelingen. Omdat het hier gaat om een stadstheater, en niet enkel een theater, is de wens om de mensen intensief te betrekken. Naast het formele, traditionele theater - welk kan plaatsvinden in de theaterzaal – zijn er rondom de zaal voldoende mogelijkheden tot alternatieve theatervormen.


Het theater probeert iets anders te doen dan mensen simpelweg naar een ruimte te leiden. Het tracht erna, een gemoedstoestand op te wekken. Ruimte wordt gecreëerd door de schakeling van volumes, het afbakenen door vloeren, kolommen en wanden. De beleving van ruimte kan versterkt worden door bewust te spelen met deze elementen.


In het ontwerp is getracht de bezoekers het gevoel te geven zich speler te voelen. De theatrale beleving is verplaatst naar het gehele theater. De paviljoens waar de functies in gepositioneerd zijn vormen het decor, de vloer het podium en de bezoekers de spelers.

De overgang tussen de stad en het theater en de overgang tussen het theater en de zaal is geminimaliseerd. Door het bewust toepassen van hetzelfde vloermateriaal, het spelen met de vloerhoogte, de begeleidende structuur, het doorzetten van het podium buiten het theaterzaalvolume, het mixen van de front- en backstage en de combinatie van vaste en vloeiende lijnen tracht het ontwerp naar een informeel gebruik.

De opbouw van het gebouw bestaat uit een dynamische schakeling van volumes. De volumes zijn fysiek en visueel gekoppeld door een betonnen skeletstructuur. De theaterzaal – overduidelijk de belangrijkste functie van het theater – is centraal geplaatst. De ondersteunende functies zijn gehuisvest in kleinere paviljoens aan beide kanten van de zaal.

De materialisatie is onderdeel van het concept. In het ontwerp is het geen keuze achteraf. De context, het ruimtelijk programma en de technische uitwerking zijn het fundament achter de gemaakte keuzen. Basis is de baksteen met het Hilversumsformaat.

De baksteen is doorgezet in het interieur, waardoor het diffuse veld tussen binnen en buiten verder versterkt wordt. Daarnaast is de steens muur – die doorgaans fungeert als dragende muur aan de binnenzijde - naar buiten gezet. Het staandverband is hieruit een direct afgeleide. Het is hét ver
band om een steensmuur uit te drukken. Het metselwerk biedt – naast het vormgeven van de paviljoens - een bijdrage aan het ondersteunen van het betonskelet. Het buitenblad is dus zowel constructief als esthetisch ingezet.

Het betonnen skelet is intrinsiek onderdeel van het ontwerp. De afmeting is gerelateerd aan de baksteen. Het betonnen skelet is gefixeerd op een bepaalde hoogte, waardoor het visueel en fysiek de paviljoens aan elkaar verbindt.

Het derde materiaal, het koper, is geïntroduceerd voor de accenten. De deuren, schuifpanelen en de bovenzijde van lage elementen worden afgewerkt met het materiaal.