Eindkwalificaties opleiding tot stedenbouwkundige – Murb
De eindkwalificaties van de opleiding zijn mede ontleend aan het beroepsprofiel zoals opgesteld door het werkveld. Ze definiëren tot welke handelingen een beroepsbeoefenaar in staat moet zijn om succesvol te kunnen functioneren in de beroepspraktijk.
1. Vervaardigt op verschillende schaalniveaus (vernieuwende) stedenbouwkundige concepten en ontwerpen die aan maatschappelijke, esthetische, technische, financiële, functionele en juridische eisen voldoen.
2. Werkt in multidisciplinaire (internationale) context effectief en adequaat samen met vertegenwoordigers uit andere betrokken disciplines in het planvorming- en uitvoeringsproces; en binnen die samenwerking wordt actief gestuurd op en vanuit de eigen expertise.
3. Interpreteert en beoordeelt maatschappelijke (sociale, economische, culturele én politieke) en ruimtelijke processen, ontwikkelingen en trends zelfstandig en/of in (multidisciplinair) teamverband en vertaalt deze in stedenbouwkundige (ruimtelijk-programmatische) concepten, visies, strategieën en/of ontwerpen.
4. Initieert, ontwikkelt, analyseert, interpreteert en/of beoordeelt een opdracht of opgave zelfstandig en vertaalt deze in een stedenbouwkundig concept of ontwerp.
5. Betrekt in de ontwikkeling van een ruimtelijk concept voor stedenbouw de relatie tussen mens en ruimte en de afstemming daarvan op menselijke behoeften en maatstaven. (l*)
6. Formuleert beargumenteerde vakinhoudelijke oordelen en houdt daarbij rekening met maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan het toepassen van de eigen kennis.
7. Werkt en studeert zelfstandig en autonoom in de beroepspraktijk en reflecteert op eigen gedrag (reflection in action) en is in staat hierin vernieuwing aan te brengen.
8. Zet zelfstandig en/of in (multidisciplinair) teamverband het ruimtelijk vormgevend vermogen in als onderzoeksinstrument, op basis van methoden van voor de ontwerppraktijk relevant onderzoek.
9. Hanteert relevante methoden van analyse, onderzoek en ontwerp bij het maken van stedenbouwkundige projecten en integreert de resultaten hiervan in (innovatieve) oplossingsvarianten voor stedenbouwkundige concepten en ontwerpen. (d*)
10. Past bij het maken van stedenbouwkundige concepten, ontwerpen en projecten onder genoemde kennis en inzichten toe en verantwoordt deze kennis en inzichten:
a. passende kennis van de geschiedenis en de theorie van de stedenbouw en van de relatie met andere bij de ruimtelijke ordening betrokken disciplines. (a*)
b. passende kennis van de ruimtelijke planning, de organisatie, de middelen en instrumenten van de ruimtelijke ordening en planningniveaus in Nederland (e*)
c. passende kennis van de inhoud van en vaardigheid met andere bij de ruimtelijke vormgeving betrokken disciplines, te weten de architectuur en tuin- en landschapsarchitectuur. (f*)
d. passende kennis van de maatschappijwetenschappen, de economie, de sociale en historische geografie en de ecologie (g*)
e. passende kennis van de stedenbouwfysica en van het ruimtelijke ordeningsrecht en het stedenbouwkundig recht (h*)
f. passende kennis van de verkeerskunde, inrichtingstechnologie en civiele techniek, in het bijzonder die van waterhuishouding, cultuurtechniek, bouwrijp maken, nutsvoorzieningen en openbare werken (i*)
g. passende kennis van management van de bebouwde omgeving en inzicht in en vaardigheid met de methoden van stedenbouwkundige managementprocessen. (j*)
h. passende kennis van en inzicht in procedures en processen van besluitvorming. (n*)
i. inzicht in het beroep van stedenbouwkundige en de rol van de stedenbouwkundige in de maatschappij. (k*)
j. inzicht in processen die hebben geleid tot menselijke nederzettingen en occupatiepatronen in cultuur- en natuurhistorisch opzicht. (b*)
11. Is in staat een stedenbouwkundig ontwerp te toetsen aan normen en regels van vorm, functie, technische uitvoering, grondexploitatie en milieuvoorwaarden. (m*)
12. Maakt op adequate wijze een ontwerp én plan in beeld, geschrift en woord voor anderen inzichtelijk en reflecteert hier kritisch op. (c*)
13. Reflecteert op de eigen stedenbouwkundige productie en positioneert zich op basis daarvan actief in de beroepspraktijk.
( *) gelijk aan of bevattende de desbetreffende eindterm in de Nadere regeling, onderdeel van de Wet op de titelbescherming (WAT)
