Begeleiding

De Academie hanteert als uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid ten aanzien van de studieloopbaan bij de student zelf ligt. Tegelijkertijd beseft de Staf dat de student daarbij ondersteuning kan gebruiken. Daarom biedt de Academie een traject aan van begeleiding, ondersteuning en sturing van de student bij het nemen van beslissingen die relevant zijn voor het studietraject. Tevens vindt begeleiding plaats door bemiddeling tussen, en (zelf)beoordeling van, de eisen van het werk- en beroepenveld in relatie tot de individuele opvattingen van de studerende werknemer over zijn rol, positie en beroepsinhoud.
Ook vindt er ondersteuning plaats op het vlak van de efficiëntie van te volgen studieroute.

Hiervoor zijn een aantal specifieke instrumenten en voorzieningen ontwikkeld. In de begeleiding wordt enerzijds gestuurd op het leervermogen van de student, anderzijds op het adviseren in (en het controleren op) het reflecteren op het eigen functioneren en het sturen en beheersen van de eigen loopbaan.


Deze instrumenten en voorzieningen zijn:

1. Startgesprek
Voor aanvang van de studie wordt in een startgesprek gekeken of een student op basis van inhoudelijke eisen (ontleend aan de beginkwalificaties) toegelaten kan worden en krijgt de student adviezen ten aanzien van de te volgen studieroute. Studenten met inhoudelijke kwalificaties groter dan noodzakelijk krijgen advies voor een (veel) snellere studieroute (bijvoorbeeld als ze al een Masteropleiding in het buitenland hebben gevolgd of als ze een deel van een Masteropleiding architectuur of stedenbouw elders hebben gevolgd).
Bij studenten die eigenlijk niet volledig voldoen aan de beginkwalificaties wordt afgesproken dat zij 1 of 2 geadviseerde ateliers volgen om te bezien of hun ontwerpvaardigheden voldoende zijn / zich voldoende ontwikkelen, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat een succesvolle afronding van de studie denkbaar is.

2. Voortgangsgesprekken
Na afronding van elk semester (dus in januari en juli) vindt er met iedere student een voortgangsgesprek plaats met minimaal één van de opleidingscoördinatoren. In de voortgangsgesprekken wordt aandacht besteed aan de studievorderingen, de kwaliteit van het onderwijs en de relatie tussen studie- en praktijkdeel. Tijdens de voortgangsgesprekken wordt, uitgaande van de (administratieve én inhoudelijke) stand van zaken de student gemonitored én worden er adviezen geformuleerd ten aanzien van de nog te volgend studieroute (administratief én inhoudelijk).

3. Drempelgesprekken:
Twee keer tijdens de studie, na het eerste jaar en nadat vier ateliers voldoende zijn afgerond, vindt er geen voortgangs-, maar een drempelgesprek plaats. Deze gesprekken vinden groepsgewijs, met meerdere studenten tegelijkertijd, plaats. Naast de studenten nemen ook  minimaal twee van de opleidingscoördinatoren en minimaal één externe deskundige deel aan de gesprekken. De drempelgesprekken worden gevoerd op basis van het werk dat de student geproduceerd heeft binnen zowel het binnen- als het praktijkdeel. Naar aanleiding van het gesprek wordt beoordeeld of de student rijp is voor de volgende studiefase en krijgt de student inhoudelijke adviezen over de verdere voortgang van de studie.

4. Bureaubezoeken
Om inzicht in de beroepspraktijk van de studenten te krijgen, worden er door opleidingcoördinatoren minimaal twee maal tijdens de opleiding  een bureaubezoek afgelegd. Ten eerste is het bezoek bedoeld om inzicht te krijgen in de volgende zaken:
- welke functie de student op dat moment vervult;
- welke werkzaamheden en taken er verricht worden;
- wat doe de student zelfstandig en wat in teamverband;
- met welke onderdelen van het ontwerp- en bouw(voorbereidings)proces krijg de student te maken;
- hoe ziet de student de eigen ontwikkeling (binnen het bureau of eventueel daarbuiten);
- zijn er voldoende ontplooiingskansen en hoe maak de student daar gebruik van;
- krijg de student begeleiding en in welke vorm en omvang;
- zijn er vakinhoudelijke gesprekken/discussies op het bureau en welke rol vervul de student daarbij.

De bureaubezoeken zijn niet alleen onderdeel van de studie- en studentbegeleiding, maar eveneens het moment waarop er individueel contact tussen de Academie en een werkgever. Naast onderwerpen die direct betrekking hebben op de studerende werknemer, komt o.a. ook aan de orde:
- wat de ervaringen binnen het bureau zijn met de kwaliteit van de Academie als beroepsopleiding
- welke behoeften of vragen er bij de werkgever leven m.b.t. de inhoud en de organisatie van de opleiding
- welke behoeften of vragen er zijn m.b.t. informatievoorzieningen

Daarnaast kan de leidinggevende gevraagd worden een oordeel te geven over het functioneren, de ontwikkelingen en ambities van de student. Tevens biedt het werkbezoek de student en zijn/haar leidinggevende de gelegenheid aan te geven wat de ervaringen zijn met de kwaliteit van de Academie als beroepsopleiding en de mogelijkheid om onderling verwachtingen, ervaringen en wensen uit te wisselen tussen de student als studerende werknemer, de werkgever en de Academie. Tenslotte biedt het de Academie de mogelijkheid om een beeld te krijgen van de bureaus waar studenten werken (karakterisering bureau, omvang bureau, organisatie bureau, soort opdrachten, omvang opdrachten).
De gegevens die deze bezoeken opleveren, worden, samen met de informatie uit de praktijkformulieren, de werkmap en het verslag beroepspraktijk, gebruikt om de student bij het volgen van een efficiënte studieroute in het praktijkdeel te ondersteunen en te begeleiden, maar ook om de ontwikkeling van de student in het praktijkdeel te beoordelen.
Voor de werkgevers is er een aparte brochure beschikbaar. Deze kan bij de coördinator beroepspraktijk aangevraagd worden.

5. Binnen de opleiding wordt de student actief gestimuleerd na te denken over de betekenis van de beroepspraktijk voor zijn of haar ontwikkeling én dus ook over de relatie tussen het binnen- en praktijkdeel. Naast de gesprekscyclus kan de student altijd naar eigen behoefte een afspraak met de één van de opleidingscoördinatoren maken indien daar aanleiding voor is:
- stagnatie in de ontwikkelingen op de werkplek;
- stagnatie in de ontwikkelingen in de studie;
- bij verandering van werkgever, werksituatie of planning;
- bij het starten van eigen praktijkwerkzaamheden.

6. Studentendecanaat  
Studenten kunnen tevens gebruik maken van de diensten van de studentendecanen van de Hogeschool die raad, bijstand en informatie bieden (zie Hogeschoolgids voor het Instituut voor Bouw en Bedrijfskunde).