Afstuderen
Algemeen
Voorwaarden en duur van het afstuderen
Afstudeerproces
Afstudeerpresentatiedag
Tijdschema
Startdocument afstuderen
Afstudeercommissie
Beoordeling van het afstuderen
Kwalificatie van het afstuderen
Afstudeerdocumentatie
Algemeen
Het afstudeerproject is de meesterproef in de opleiding tot architect of stedenbouwkundige: tijdens het afstuderen komen de vaardigheden en kennis die gedurende de studie ontwikkeld zijn, in onderlinge samenhang tot bloei. Aan de hand van het afstudeerproject toetst de Academie of de student in staat is om het beroep van architect of stedenbouwkundige zelfstandig uit te oefenen - overeenkomstig de eisen voor inschrijving in het register als architect of stedenbouwkundige.
Het afstudeerproject is een apart onderdeel van de studie. Met het afstudeerproject positioneert de student zich als architect of stedenbouwkundige, presenteert hij/zij zichzelf aan de buitenwereld en legt hij/zij de fundering voor zijn/haar de carrière. Maar het biedt ook de mogelijkheid een kritische bijdrage aan te leveren aan het debat over belangrijke en actuele, maatschappelijke en/of vakmatige kwesties. Het afstuderen kan daarmee een belangrijke maatschappelijke relevantie hebben en/of waardevol zijn voor de ontwikkeling van het vakgebied van de architectuur of stedenbouwkunde.
Voorwaarden en duur van het afstuderen
Het afstuderen staat open voor studenten die aan de verplichtingen ten aanzien het binnen- en buitenschoolse curriculum hebben voldaan. Dat betekent dat het benodigde aantal studiepunten voor het binnenschoolse (90 studiepunten) en het buitenschoolse curriculum (90 studiepunten) moet zijn behaald en ook dat het verslag beroepspraktijk moet zijn goedgekeurd.
Er zijn twee momenten per jaar waarop een afstudeerproject kan worden gestart: aan het begin van het studiejaar (begin september) en aan het begin van het tweede semester (januari/februari). Studenten hebben vanaf dat moment één jaar de tijd voor het afstuderen, met een maximale uitloop van 3 maanden. In bijzondere gevallen is verlenging mogelijk. Daartoe moet een met redenen omkleed verzoek bij de directeur van de Academie worden ingediend; de directeur bepaalt in overleg met andere leden van de Staf of dat verzoek wordt ingewilligd.
Iedere student kan maximaal 2 keer starten aan een afstudeerproject aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Als het afstudeerproject om wat voor reden dan ook gestaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de student aan het einde van de fase van opgave(her)formulering (ook na de herkansing) het dwingende advies krijgt een semester later opnieuw te starten, de afstudeercommissie gedurende de daaropvolgende fases oordeelt dat een vervolg van het lopende afstudeertraject geen zin meer heeft of de maximale periode die voor het afstudeerproject staat zonder toestemming vanuit de Academie wordt overschreden, kan éénmalig opnieuw worden gestart met een volgend afstudeerproject. Indien ook dat afstudeerproject gestaakt wordt, krijgt de student een dwingend advies de studie te staken.
Afstudeerproces
Met ingang van studiejaar 2009-2010 is binnen de Academie van Bouwkunst Rotterdam een nieuwe opzet van het afstudeerproces ingevoerd. Naar aanleiding van de evaluatie van de eerste ervaringen met de nieuwe opzet is die op een aantal punten aangepast. De aangepaste opzet is in januari 2010 ingevoerd. Van deze opzet kan niet zonder dringende redenen kan worden afgeweken. In de nieuwe opzet wordt een aantal fases onderscheiden:
0. Voorfase
In het semester voorafgaand aan de start van het afstuderen begint de student zelfstandig met het nadenken over en formuleren van de afstudeeropgave.
1. Fase van opgave(her)formulering (1 maand)
Deze eerste fase van het afstudeerproces vindt groepsgewijs plaats in het ‘atelier startfase afstuderen’. De fase van opgave(her)formulering wordt begeleid door een ‘docent startfase afstuderen’ en wordt afgerond met de presentatie van een concrete, helder geformuleerde en gestructureerde ontwerpopgave of een concreet, helder geformuleerd en gestructureerd voorstel voor ontwerpend onderzoek.
De afronding vindt plaats tijdens de 1e peiling. De afronding wordt beoordeeld door een commissie bestaande uit de docent startfase afstuderen en een aantal (minimaal 2) opleidingscoördinatoren. Als de commissie van oordeel is dat de afstudeeropgave of het onderzoeksvoorstel onvoldoende zicht biedt op een kwalitatief voldoende, binnen 1 jaar af te ronden afstudeerproject, krijgt de student één herkansing (als die herkansing tot een positief resultaat leidt, heeft de afstudeerder al 1 van de 3 maanden maximale uitloop ‘verbruikt’). Indien ook die herkansing tot een negatieve beoordeling leidt, dient de student te stoppen met het afstudeerproject en kan hij/zij een nieuwe poging doen in het volgende semester (tenzij het al de tweede poging was). Na het verkrijgen van een positief oordeel voor de eerste peiling (of de herkansing) wordt de afstudeermentor benaderd en vastgelegd en wordt het ‘startdocument afstuderen’ vastgesteld.
2. Fase van (voor)onderzoek en/of analyse (2 maanden)
Ook de tweede fase van het afstuderen vindt groepsgewijs plaats in het ‘atelier startfase afstuderen’. Dus ook de fase van (voor)onderzoek en analyse wordt begeleid door een docent startfase afstuderen, waarbij deze docent primair verantwoordelijk is voor de begeleiding vanuit een methodisch/methodologisch perspectief. Ongeveer halverwege deze fase de afstudeermentor vastgelegd; deze zal in deze fase primair vanuit het inhoudelijk perspectief begeleiden.
Tijdens de fase van (voor)onderzoek en analyse worden onderzoeken en analyses uitgevoerd (zoveel mogelijk ook met gebruikmaking van het relevante ontwerpinstrumentarium) die noodzakelijk zijn voor en expliciet gericht zijn op de in de eerste fase geformuleerde en geconcretiseerde afstudeeropgave. Het doel (en dus het eindresultaat) van de onderzoeken en analyses is het inzichtelijk maken van de voor de afstudeeropgave relevante vakmatige, ruimtelijke en maatschappelijke (economische, sociale, culturele en politieke) condities waarbinnen de afstudeeropgave gepositioneerd moet worden en het, van daaruit, aanscherpen en verdiepen van zowel de opgave als de aanpak van de opgave.
De afronding vindt plaats tijdens de 2e peiling. De afronding wordt beoordeeld door de docent startfase afstuderen, de afstudeermentor en de secretaris van de afstudeercommissie. Uiterlijk 1 maand na de 2de peiling zijn de overige externe leden van de afstudeercommissie (de vaste critici) benaderd en vastgelegd.
3. Conceptfase (2 maanden)
Vanaf deze derde fase van het afstuderen doorloopt de afstudeerder de verschillende fases van het afstudeerproces zelfstandig, begeleid door de afstudeermentor. Met ingang van deze derde fase wordt elke fase afgerond middels openbare peilingen ten overstaan van de voltallige afstudeercommissie.
Het eindresultaat van de conceptfase is een helder en coherent ruimtelijk concept of het resultaat van de divergerende fase van ontwerpend onderzoek. In beide gevallen is het resultaat van deze fase expliciet gerelateerd aan (en gebaseerd op) het (voor)onderzoek/de analyse en de geconcretiseerde afstudeeropgave. De afronding vindt plaats middels de 3e peiling.
4. Ontwerpfase (2,5 maanden):
De ontwerpfase resulteert in een helder en coherent ruimtelijk ontwerp of de resultaten van de convergerende fase van ontwerpend onderzoek. De afronding vindt plaats middels de 4e peiling.
5. Uitwerkingsfase (2,5 maanden)
Het eindresultaat van deze fase (tevens het feitelijke inhoudelijke eindresultaat van het afstudeerproces) is een uitgewerkt ruimtelijk ontwerp of de conclusie van het ontwerpend onderzoek. Deze fase wordt afgerond met de Groen Lichtbijeenkomst.
Afstudeerpresentatiedag
Gedurende de ‘uitwerkingsfase’ (tussen de 4de peiling en de groen lichtbijeenkomst) vindt een gemeenschappelijke presentatie afstuderen plaats op de ‘afstudeerpresentatiedag’. Een ‘cohort’ (gelijktijdig gestarte) afstudeerders presenteert op die dag de stand van zaken van hun afstudeerproject ten overstaan van de Academiegemeenschap en een aantal visiting critics. Deze kritische vakgenoten zullen de afstudeerders stevig aan de tand voelen over hun afstudeerproject. Daarmee biedt de afstudeerpresentatiedag de Academiegemeenschap niet alleen de mogelijkheid kennis te nemen van de verschillende, lopende afstudeerprojecten, maar levert ze de afstudeerders ook extra input voor het vervolg van hun project op.
6. Afrondingsfase (2 maanden)
De laatste fase van het afstudeerproces benut de afstudeerder voor het reflecteren en het presentabel maken van het afstudeerproject, alsmede voor het produceren van de afstudeerdocumentatie. Dit mondt uit in een goed gepresenteerd en gedocumenteerd, uitgewerkt ruimtelijk ontwerp of de goed gepresenteerde en gedocumenteerde conclusies van het ontwerpend onderzoek. Deze laatste fase wordt afgerond met de afstudeerbijeenkomst die twee maanden na de groen lichtbijeenkomst plaatsvindt.
Tijdschema
Start opgaveformuleringsfase: begin september eind januari
1e peiling: begin oktober begin maart
Herkansing 1e peiling: begin november eind maart
Start onderzoeks-/analysefase: begin oktober begin november begin maart eind maart
Vastlegging afstudeermentor: half oktober half november half maart begin april
Vaststelling startdocument begin november begin december begin april begin mei
2e peiling: begin december begin januari begin mei begin juni
Start conceptfase: begin december begin januari begin mei begin juni
Vastlegging vaste critici: half december half januari half mei half juni
3e peiling: begin februari begin maart begin juli begin augustus
Start ontwerpfase: begin februari begin maart begin juli begin augustus
4e peiling: half april half mei half september half oktober
Start uitwerkingsfase: half april half mei half september half oktober
Afstudeerpresentatiedag: half mei half mei half november half november
Groen Lichtbijeenkomst: begin juli begin augustus begin december begin januari
Aanleveren afstudeerdocumentatie:>>>>>>>>>>>uiterlijk één week vóór de afstudeerbijeenkomst<<<<<<<<<<<
Afstudeerbijeenkomst: begin september begin oktober begin februari begin maart
Startdocument afstuderen
Het startdocument afstuderen vormt de robuuste basis onder het afstudeerproject. Het startdocument wordt gemaakt op basis van de in de fase van opgave(her)formulering helder geformuleerde en gestructureerde afstudeeropgave. Het startdocument bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
- Contactgegevens van de student en de leden van de afstudeercommissie
- De helder geformuleerde, coherente afstudeeropgave, bestaande uit:
- De aanleiding voor de opgave
- De globale probleemstelling
- De concrete (ruimtelijke, c.q. architectonische of stedenbouwkundige) probleemstelling
- De vakmatige hypothese of stellingname waarmee de opgave tegemoet getreden zal worden)
- Een heldere duiding van het verwachte eindresultaat (ook wel ‘de hypothese voor het afstuderen’ genoemd)
- Het werkplan voor het afstudeertraject met de relevante termijnen en de te behalen resultaten per fase
- De generieke (uit de aan de eindkwalificaties van de opleiding tot architect of stedenbouwkundige ontleende lijst te selecteren) en specifieke (door de student zelf te formuleren, direct aan de afstudeeropgave gerelateerde) beoordelingscriteria
Het startdocument dient uiterlijk 1 maand na het behalen van de eerste peiling door de afstudeermentor en de secretaris van de afstudeercommissie te worden vastgesteld. Het vormt het kader voor de begeleiding en de beoordeling van het afstudeerproject. Indien gedurende het afstudeertraject wijzigingen optreden in dat kader, wordt dat in de verslagen van de openbare bijeenkomsten (de peilingen en/of de Groen Lichtbijeenkomst) vastgelegd.
Afstudeercommissie
Voor elk afstudeerproject stelt de Staf van de Academie, altijd op basis van een voorstel door en in overleg met de afstudeerder, een afstudeercommissie samen. De afstudeercommissie bestaat uit een afstudeermentor, twee vaste critici (externe leden), een secretaris (intern lid) en een voorzitter (intern lid). De secretaris is aanwezig vanaf de 1e peiling, de afstudeermentor vanaf de 2e peiling, de vaste critici vanaf de 3e peiling en de voorzitter vanaf de groen lichtbijeenkomst.
Voor de samenstelling van de afstudeercommissie zal worden gekozen uit personen die relevant zijn in relatie tot de opgave en/of die een belangrijke rol vervullen binnen de architectuur- of stedenbouwpraktijk, aangevuld met een vertegenwoordiging van de Academie. Voor alle externe leden van de afstudeercommissie geldt daarnaast dat zij niet bij hetzelfde bureau / dezelfde werkgever mogen werken als de afstudeerder. Bij de keuze van de afstudeermentor is tevens een aantal meer specifieke criteria van belang:
- zijn/haar vakmatige kwaliteiten en affiniteiten, mede in relatie tot de afstudeeropgave;
- zijn/haar ontwerphouding, mede in relatie tot de positie die de afstudeerder wenst in te nemen binnen het vakgebied;
- zijn/haar ervaring in en/of affiniteit met onderwijs en/of begeleiding/coaching, mede in relatie tot de ‘begeleidingsbehoefte’ van de afstudeerder.
Van deze commissie vervullen de afstudeermentor en de secretaris van de afstudeercommissie de belangrijkste rollen. De afstudeermentor is (vanaf de 2e peiling) dé begeleider van het afstudeerproject. De begeleiding door de afstudeermentor heeft een frequentie van eens per twee of drie weken, met uitzondering van vakanties. De afstudeermentor is, samen met de secretaris van de afstudeercommissie, ook verantwoordelijk voor de sturing op de organisatie van het afstudeerproject en de naleving van de tijdsplanning.
De secretaris van de afstudeercommissie heeft, als eerste vertegenwoordiger van de Staf van de Academie binnen de afstudeercommissie (vanaf de 1e peiling), een belangrijke rol in het bewaken van de kwaliteit en norm van het afstuderen en is voor de afstudeermentor de directe aanspreekpersoon. Tevens is hij/zij, samen met de afstudeermentor, verantwoordelijk voor de sturing op de organisatie van het afstudeerproject en de naleving van de tijdsplanning; de secretaris stuurt expliciet op de voortgang en de duur van het afstuderen. Tenslotte is de secretaris verantwoordelijk voor het (laten) vervaardigen van de verslagen van de openbare bijeenkomsten (de 1e t/m 4e peiling en de Groen Lichtbijeenkomst); deze verslagen hebben een bindende werking voor het vervolg van het afstudeertraject.
De vaste critici zien de student alleen bij de peilmomenten (vanaf de 3e peiling), die in de vorm van openbare zittingen op de Academie worden georganiseerd. De voltallige afstudeercommissie (vanaf de Groen Lichtbijeenkomst uitgebreid met een voorzitter) komt tijdens het afstudeertraject vier keer bijeen (3e en 4e peiling, Groen Lichtbijeenkomst en Afstudeerbijeenkomst) om (de voortgang van) het afstudeerproject te peilen en te beoordelen.
Beoordeling van het afstuderen
De afstudeercommissie beoordeelt het afstuderen. Met die beoordeling stelt zij in de eerste plaats vast of het project beantwoordt aan de algemene beoordelingscriteria:
- Concept en conceptontwikkeling:
- De analyse en interpretatie van de opgave en de vertaling - in woord of beeld - in een ruimtelijke probleemstelling.
- De kracht van de uitgangspunten en observaties.
- De relevantie van de uitgangspunten en observaties.
- De consequente ontwikkeling van de ruimtelijke, formele, programmatische en technische uitgangspunten.
- De relatie van de uitgangspunten met een systematische, strategische analyse.
- Planuitwerking, proces en procesontwikkeling:
- De ontwikkeling van de uitgangspunten in relatie tot het ontwerp.
- De ruimtelijke kwaliteiten.
- Een juiste en zorgvuldige inzet van middelen.
- Het vakmanschap en de vindingrijkheid waarmee van die middelen gebruik wordt gemaakt.
- Het besef en het expliciet maken van de methoden en technieken in de uitwerking.
- Het zelfstandig organiseren van het ontwerpproces, op het juiste moment de juiste beslissingen nemen.
- Reflecteren op de werkwijzen, de onderzoeksresultaten en de ontwerpen van anderen.
- Presentatie en verantwoording van het plan:
- De beschouwer met het gevisualiseerde ontwerp overtuigen van de bedoelingen van de ontwerper.
- Verantwoorden (mondeling, schriftelijk en met beelden) hoe een plan, uitgaande van het concept, tot stand is gekomen.
- De persoonlijke referenties duidelijk maken.
Ten tweede bepaalt de commissie of het project tevens beantwoordt aan de vooraf voor het desbetreffende afstudeerproject opgestelde ‘generieke’ en ‘specifieke’ criteria. De generieke beoordelingscriteria zijn afgeleid van de eindkwalificaties van de opleidingen tot architect of stedenbouwkundige. Uitgangspunt voor het afstuderen is dat minimaal 50% van de eindkwalificaties aan de orde komt in het individuele afstudeerproject. Dat is mogelijk omdat ze, samen met de in de rest van het binnen- en buitenschools curriculum verwezenlijkte eindkwalificaties, het gehele pakket aan eindkwalificaties van de opleiding tot architect of stedenbouwkundige dekken (de student is er zelf voor verantwoordelijk dat dit inderdaad het geval is). De keuze om minimaal 50% van de eindkwalificaties aan de orde te laten komen, biedt de student de mogelijkheid tijdens zijn of haar afstuderen een specifiek accent of specifieke specialisatie aan te brengen in zijn of haar professionele ontwikkeling. In het startdocument van het afstudeerproject wordt vastgesteld welke van de, in beoordelingscriteria vertaalde, eindkwalificaties voor het afstudeerproject gelden. Daarnaast is het voor de afstudeerder mogelijk een beperkt aantal specifieke, direct aan de afstudeeropgave gerelateerde criteria op te nemen in het startdocument.
Tenslotte stelt de commissie vast of:
- het project is afgerond binnen de vooraf gestelde tijd;
- het project conceptueel krachtig en helder is;
- de analyse van de probleemstelling degelijk en overtuigend is;
- de oplossing van de probleemstelling ruimtelijk en methodisch overtuigend is;
- de architectonische of stedenbouwkundige middelen consequent en adequaat zijn ingezet;
- de eindpresentatie in woord en beeld kwalitatief op masterniveau ligt;
- duidelijk is geworden welke positie de student in het vak wil innemen.
Kwalificatie van het afstuderen
De afstudeercommissie beoordeelt het afstuderen niet alleen, maar kwalificeert het ook. Goede, overtuigende en inspirerende ruimtelijke oplossingen voor een opgave zullen afhankelijk zijn van de samenhang tussen de hierboven genoemde elementen. Een onderzoekende en kritische houding is daarbij onontbeerlijk. Het onderwijs aan de Academie richt zich op confrontaties met zo veel mogelijk verschillende methoden en technieken. Om in dat proces vooruitgang te boeken, moet de student bereid zijn om zijn/haar positie voortdurend ter discussie te laten stellen. In het algemeen is er waardering voor studenten die afwijken van gebaande paden en het experiment aangaan. Afhankelijk van de kwaliteit van het afstudeerproject kan de commissie de volgende kwalificaties hanteren: ‘niet geslaagd’, ‘geslaagd’ of - als het afstudeerproject van uitzonderlijke kwaliteit is - ‘met lof’.
De kwalificatie ‘niet geslaagd’ betekent dat het afstudeerproject als onvoldoende wordt beoordeeld en dat de afstudeerder de opleiding dus ook niet heeft afgerond. De kwalificatie ‘geslaagd’ betekent dat het afstudeerproject in voldoende tot overtuigende mate aan de vooraf geformuleerde criteria voor het afstudeerproject (ook in onderlinge samenhang) voldoet en dat voor de gestelde opgave een goede, overtuigende en inspirerende ruimtelijke, c.q. architectonische of stedenbouwkundige, oplossing is ontworpen. De kwalificatie ‘met lof’ betekent dat het afstudeerproject in (zeer) overtuigende mate aan de vooraf geformuleerde criteria voor het afstudeerproject voldoet, met name ook in onderlinge samenhang, dat voor de gestelde opgave een uitstekende, zeer overtuigende en voorbeeldige ruimtelijke, c.q. architectonische of stedenbouwkundige, oplossing is ontworpen én dat het afstudeerproject, mede vanwege het feit dat de student zich bewust is van wat hij of zij heeft gedaan (en op welke manier), niet alleen een bijdrage levert aan de ontwikkeling van een eigen houding, maar dat er middels het project aan de student ook betekenisvolle uitspraken worden ontlokt over de relevantie van zijn of haar ontwerparbeid, over de bijdrage aan maatschappelijke of vakinhoudelijke discussies en over de thema’s die in het project aan de orde zijn gesteld.
Afstudeerdocumentatie
De student zorgt ervoor dat uiterlijk één week vóór de afstudeerbijeenkomst 6 boekjes en 1 CD over het afstudeerproject op de Academie aanwezig zijn; de CD en één exemplaar van boekje zijn bestemd voor het archief van de Academie, de andere exemplaren gaan naar respectievelijk de leden van de afstudeercommissie en de mediatheek.
De boekjes dienen de volgende onderdelen te bevatten:
1. Een omschrijving en (eventueel) verbeelding van de zelfstandig ontwikkelde (of geïnterpreteerde) afstudeeropgave (maximaal 1500 woorden + (eventueel) toelichtende (referentie)beelden);
2. Een omschrijving en verbeelding van de resultaten van analyse en onderzoek in de analysefase van het ontwerpproces (maximaal 1000 woorden + circa 10 beelden);
3. Een geschreven en verbeelde plantoelichting (circa 500 woorden, 10 tot 20 beelden);
4. Een reflectie op de eigen architectonische of stedenbouwkundige productie en een positionering in de beroepspraktijk op basis daarvan (maximaal 1000 woorden + eventueel toelichtende beelden);
- Indien van toepassing (bij een afstudeerproject dat zich primair richt op ontwerpend onderzoek), kunnen de punten 2 en 3 vervangen worden door: een geschreven en verbeelde vastlegging van de resultaten van het onderzoek (maximaal 5000 woorden + circa 20 tot 30 beelden).
De CD dient het volgende te bevatten:
- Een pdf van het boekje;
- De powerpoint- of pdf-presentaties van alle peilingen (inclusief de groen lichtbijeenkomst en de afstudeerbijeenkomst);
- Een adequate en relevante selectie van tijdens het afstuderen geproduceerde beelden (schetsen, schema's, tekeningen, foto's van maquettes etc.), in een resolutie die geschikt is voor publicatie (300 dpi op A4-formaat in tiff of jpg-formaat): circa 20 beelden;
- Een korte, samenvattende tekst over het afstudeerproject (500 woorden);
- De tekst die de student gebruikt voor / bij de uitnodiging voor de afstudeerbijeenkomst.
Daarnaast moet de afstudeerder, uiterlijk twee weken na de afstudeerbijeenkomst, relevante informatie over het afstudeerproject (10 afbeeldingen en een korte, samenvattende tekst over het afstudeerproject van maximaal 500 woorden) ‘uploaden’ op de website van de Academie.
- Rooster
- Onderwijsprogramma
- Ateliers
- Semester 1
- Semester 2
- At 2.1 Techniek – Het Architectonisch Detail
- At 2.2 Object – Massa en Geometrie
- At 2.3 Materiaal - Moskee
- At 2.4 Tussenruimte – Stedelijk Ensemble
- At 2.5 Herstructurering of hergebruik: Wat gebeurt er in Crooswijk?
- At 2.6 Flexibiliteit – Tijdsbestendig Woongebouw
- At 2.7 Research – The Classical City
- At 2.8 Sustainability - Ecological Rurality
- At 2.9 Der Besuch der alten Dame
- VBJ 2 – Ontwerpatelier Architectuur
- Atelierprogramma
- Inleiding architectuur
- Colleges
- Laboratoria
- Praktijkdeel
- Afstuderen
- Extracurriculair
- Drempel- en voortgangsgesprekken
- Januariworkshop
- Ateliers
- Summer School
